What does the new government policy mean for health and prevention, and where are the opportunities to accelerate progress?
The new government is clear in its coalition agreement: health does not begin in the hospital, but in people’s daily lives — at home, at school, at work and in the neighbourhood. Sport, physical activity, a healthy lifestyle and a healthy living environment are explicitly identified as pillars of policy. This is an important acknowledgement of what science has shown for years: health is primarily shaped by the living environment, not solely by healthcare.
Prevention is not only mentioned, but also receives financial support. That is good news!
The proposal ‘De Preventie Promotor‘ (The Prevention Promoter) is an already fully developed plan that was drawn up in 2024 by a broad public-private coalition. Unfortunately, this plan stalled when the National Growth Fund was discontinued. Notably, the ambitions of this proposal align closely with the current coalition agreement — making it a logical starting point to build on.
Positive steps in the coalition agreement
The government is investing in:
- Sport and physical activity;
- Strengthening public health and the municipal health services (GGD);
- A broader approach to lifestyle and prevention;
- Smoke-free generations, stricter child-targeted marketing regulations and neighbourhood-level approaches for vulnerable groups.
These are meaningful steps forward. Prevention is not only mentioned, but also financially supported — and that deserves recognition. At the same time, this ambition does not yet reflect a fundamental systems change. The focus remains largely on traditional themes and the individual, whereas we know that lasting health gains also require structural changes in our living environment, our policies and our funding mechanisms. Effective prevention therefore calls not for isolated solutions, but for a coherent systems approach.
A mixed picture: structural choices are still needed
When we look at the broader budget, the largest financial flows still go to healthcare spending. These are rising sharply due to higher wages, volume growth and quality improvements. By comparison, investments in prevention remain modest.
In addition, the proposed link between the state pension age and life expectancy raises new questions. Overall life expectancy has been rising for decades, and the Public Health Foresight Study (VTV) expects healthy life expectancy to increase roughly proportionally through to 2040. Nevertheless, the proposed state pension age currently lies — and is expected to continue to lie — above healthy life expectancy, particularly for people in vulnerable circumstances. What does this mean for sustainable workforce participation?
This makes one question urgent:
How do we ensure that people stay healthy for longer?
This requires not only good healthcare, but above all prevention aimed at extending the number of healthy life years.
Not healthcare or prevention — but healthcare and prevention
Rather than choosing between ‘repairing’ and ‘preventing’, we advocate a system in which healthcare and prevention reinforce one another, and in which individual and collective measures complement each other.
Research shows that effective prevention can contribute to:
- Fewer chronic diseases (such as cardiovascular disease, diabetes, cancer and lung disease), partly through less smoking, more physical activity and a healthier food and living environment;
- Better educational outcomes and reduced absenteeism;
- Higher labour participation and stronger, more caring communities.
When prevention is deployed in a targeted way — particularly in neighbourhoods, schools and among vulnerable groups — it can also help to reduce health inequalities. In the longer term, this can relieve pressure on the healthcare system, whilst enabling people to live longer and better.
If we take seriously the widely shared ambition of government and the public health sector to help people live five years longer in good health and to reduce health inequalities by 30%, this requires a balanced combination of good healthcare and strong prevention, with greater attention to promoting health in everyday life.
What does this mean for EWUU — Institute for Preventive Health?
The coalition agreement provides momentum.
The additional investments in municipal health services, lifestyle and the living environment create scope for:
- Evidence-based prevention strategies;
- Scaling up proven interventions;
- Regional living labs;
- Data-driven monitoring of health outcomes;
- Close collaboration between science, policy and practice.
This is where the EWUU knowledge institutions (TU/e, WUR, UU and UMC Utrecht) have a natural role: not only identifying challenges, but also facilitating, validating and accelerating solutions. We are willing and able to take on this responsibility and, together with partners, to deliver on structural prevention.
Our call to action
To realise the ambitions of the coalition agreement, we see three necessary steps:
Make prevention structural, not project-based Not temporary pilots, but long-term funding.
Link investments to proven effectiveness and impact measurement Not just good intentions, but measurable health gains.
Integrate prevention into all policy domains Education, employment, the living environment, food policy and social security must all contribute to health.
The Prevention Promoter plan (2024) already provides a widely supported framework for this. Let us use these ideas and build on them further.
The coalition agreement opens the door. Now it is time to step through it — together, with ambition, collaboration and a long-term commitment to prevention.
Want to discuss this further? Get in touch. Together, we can build a healthier future.
Preventie in het coalitieakkoord: goede ambities – maar hoe borgen we structurele impact?
Wat betekent het nieuwe regeerbeleid voor gezondheid en preventie – en waar liggen kansen voor versnelling?
De nieuwe regering is in het coalitieakkoord duidelijk: gezondheid begint niet in het ziekenhuis, maar in het dagelijks leven van mensen – thuis, op school, op het werk en in de buurt. Sport, bewegen en een gezonde leefstijl en leefomgeving worden expliciet genoemd als pijlers van beleid. Dat is een belangrijke erkenning van wat de wetenschap al jaren laat zien: gezondheid wordt vooral gevormd in de leefomgeving, niet alleen in de zorg.
Preventie wordt niet alleen benoemd, maar krijgt ook financiële ondersteuning. Dat is goed nieuws!
Het voorstel ‘De Preventie Promotor‘ is al een reeds uitgewerkt plan dat in 2024 door een brede publieke-private coalitie tot stand kwam. Dit plan strandde helaas toen het Nationaal Groeifonds werd stopgezet. Opvallend is dat de ambities van dit voorstel sterk aansluiten bij het huidige coalitieakkoord – wat het tot een logisch startpunt maakt om nu verder op voort te bouwen.
Positieve stappen in het coalitieakkoord
Het kabinet zet in op:
- Investeren in sport en bewegen;
- Versterking van de publieke gezondheid en GGD’en;
- Een bredere aanpak van leefstijl en preventie;
- Aandacht voor rookvrije generaties, strengere kindermarketing en wijkgerichte aanpakken voor kwetsbare groepen.
Dit zijn wezenlijke stappen vooruit. Preventie wordt niet alleen benoemd, maar ook financieel ondersteund — en dat verdient erkenning. Tegelijkertijd weerspiegelt deze ambitie nog geen fundamentele systeemverandering. De focus ligt nog sterk op klassieke thema’s en het individu, terwijl we weten dat duurzame gezondheidswinst ook vraagt om structurele veranderingen in onze leefomgeving, ons beleid en onze financieringsmechanismen. Effectieve preventie vraagt daarom niet om losse deeloplossingen, maar om een samenhangende systeembenadering.
Een gemengd beeld: structurele keuzes blijven nodig
Wanneer we de bredere begroting bekijken, zien we dat de grootste financiële stromen nog steeds naar zorguitgaven gaan. Deze stijgen fors door hogere lonen, volumegroei en kwaliteitsverbeteringen. In verhouding blijven investeringen in preventie bescheiden.
Daarnaast roept de voorgestelde koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting nieuwe vragen op. De totale levensverwachting stijgt al decennia en de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) verwacht dat ook de gezonde levensverwachting tot 2040 ongeveer evenredig zal toenemen. Desondanks ligt de voorgestelde AOW-leeftijd nu – en naar verwachting ook in de toekomst – boven de gezonde levensverwachting, met name voor mensen in kwetsbare omstandigheden. Wat betekent dit voor duurzame arbeidsinzet?
Dat maakt één vraag urgent:
Hoe zorgen we dat mensen langer gezond blijven?
Dit vraagt niet alleen om goede zorg, maar vooral om preventie die gericht is op het verlengen van de gezonde levensjaren.
Niet zorg óf preventie — maar zorg én preventie
In plaats van een keuze tussen ‘repareren’ of ‘voorkomen’, pleiten wij voor een systeem waarin zorg en preventie elkaar versterken, en waarin individuele en collectieve maatregelen elkaar aanvullen.
Onderzoek laat zien dat goede preventie kan bijdragen aan:
- Minder chronische ziekten (zoals hart- en vaatziekten, diabetes, kanker en longziekten), onder meer door minder roken, meer bewegen en een gezondere voedsel- en leefomgeving;
- Betere schoolprestaties en minder ziekteverzuim;
- Hogere arbeidsparticipatie en sterkere, zorgzamere buurten.
Als preventie gericht wordt ingezet — vooral in wijken, op scholen en bij kwetsbare groepen — kan het bovendien helpen om gezondheidsverschillen te verkleinen. Op termijn kan dit ook de zorg ontlasten, terwijl mensen langer en beter leven.
Als we de breed gedeelde ambitie van overheid en publieke gezondheidssector serieus nemen om mensen vijf jaar langer in goede gezondheid te laten leven en gezondheidsverschillen met 30% te verkleinen, dan vraagt dat om een evenwichtige combinatie van goede zorg én sterke preventie, met meer aandacht voor het bevorderen van gezondheid in het dagelijks leven.
Wat betekent dit voor EWUU – Institute 4 Preventive Health?
Het coalitieakkoord biedt momentum.
De extra investeringen in GGD’en, leefstijl en leefomgeving creëren ruimte voor:
- Wetenschappelijk onderbouwde preventiestrategieën;
- Opschaling van bewezen interventies;
- Regionale living labs;
- Data-gedreven monitoring van gezondheidseffecten;
- Nauwe samenwerking tussen wetenschap, beleid en praktijk.
Hier ligt een natuurlijke rol voor de EWUU-kennisinstellingen (TU/e, WUR, UU en UMCU): niet alleen signaleren, maar ook faciliteren, valideren en versnellen. Wij zijn bereid en in staat om deze verantwoordelijkheid te nemen en samen met partners werk te maken van structurele preventie.
Onze oproep
Om de ambities van het coalitieakkoord waar te maken, zien wij drie noodzakelijke stappen:
Maak preventie structureel, niet projectmatig Geen tijdelijke pilots, maar langjarige financiering.
Koppel investeringen aan bewezen effectiviteit en impactmeting Niet alleen goede bedoelingen, maar meetbare gezondheidswinst.
Integreer preventie in álle beleidsdomeinen Onderwijs, werk, leefomgeving, voedselbeleid en sociale zekerheid moeten gezamenlijk bijdragen aan gezondheid.
Het Preventie Promotor-plan (2024) biedt hiervoor al een breed gedragen raamwerk. Laten we deze ideeën benutten en verder uitbouwen.
Het coalitieakkoord zet de deur open. Laten we er samen doorheen stappen — met durf, samenwerking en langjarig commitment aan preventie.
Wil je hierover verder praten? Neem contact met ons op. Samen bouwen we aan een gezondere toekomst.